Ds. Feisser

Het Drentse dorp Nijveensche Mond wordt nu Gasselternijveenschemond genoemd. Kort daarna is de grens verlegd, de echte plek van de doopplechtigheid ligt nu in Gasselternijveen. Daar, op 15 mei 1845, doopte br. Julius Köbner, lid van de Baptistengemeente te Hamburg), zeven mensen door onderdompeling.

Ds. Feisser

Eén van de gedoopten was Johannes Elias Feisser, die daarvoor dominee van de Nederlands Hervormde Kerk te Gasselternijveen was geweest. Toen één van de kerkvoogden geen antwoord gaf op de vraag of hij geloofde, weigerde Feisser mee te werken aan de doop van diens kind. Dit gebeuren leidde ertoe dat Feisser op 1 januari 1844 uit zijn ambt én pastorie werd gezet en daarmee was hij dak- en brodeloos.

Feisser was ervan overtuigd dat doop door onderdompeling en op basis van geloof, gemeentevormend was en vrijzinnigheid bestreed. Hij schreef en sprak hier veel over en dat viel op tot in Duitsland.

 

Begin mei 1845 vertrok Feisser naar Hamburg. De voorganger van die Duitse Baptisten gemeente J.C. Oncken, wilde hem graag persoonlijk ontmoeten voordat er gedoopt werd en allerlei gemeenten in Nederland ontstonden. Feisser preekte zelf een paar maal in Hamburg. Samen met Köbner vertrok hij naar Nijveensche Mond, waar die bewuste doop op donderdag 15 mei 1845 plaatsvond.

 

Köbner en Feisser gingen vervolgens naar Zutphen waar Feisser op zondag in twee diensten het woord voerde. Gedoopt werd daar niet, tot grote teleurstelling van Köbner. Twee dagen later bevonden Köbner en Feisser zich in Amsterdam. Vier leden van de vriendenkring van Hendrik Gerardus Tekelenburg lieten zich door Köbner dopen. Een gemeente werd niet gesticht.

Voorganger Feisser Dominee Voorganger Feisser

In de afgescheiden groep rondom Feisser bewerkte de doopopvatting en ook de doopplechtigheid zelf, voor een scheiding. Op 10 januari 1845 waren er 53 leden, terwijl een jaar later dat aantal geslonken was tot 12 leden!


Volgende pagina: De eerste gemeente